home  print  newsletter
21.07.2008

Taskforce EMR zoekt klager

Op grond van de Europese sociale zekerheidsverordening 1408/71 is op rechthebbenden op een dubbel pensioen in beginsel de wetgeving van het woonland van toepassing (Art. 27). Zijn deze gepensioneerde niet verzekerd in het woonland, maar zouden zij verzekerd zijn ingevolge de wetgeving van het voormalige werkland als zij daar zouden wonen, dan hebben zij recht op zorg in het woonland, ten laste van het voormalige werkland.

Bekend is dat met betrekking tot het sociale stelsel in Nederland sinds de invoering van de zorgverzekeringswet iedere inwoner van Nederland sociaal verzekerd moet zijn (AWBZ en Zvw-plichtig). Dit geldt dus ook voor dubbelgepensioneerde grensarbeiders die in Nederland wonen en uit Nederland AOW ontvangen, of in een andere lidstaat wondende gepensioneerde die daar vrijwillig verzekerd zijn en uit Nederland AOW ontvangen.

Voor die dubbelgepensioneerde die slechts een laag bedrag aan AOW uit Nederland ontvangen (doordat ze slecht kort in Nederland gewerkt hebben of in Nederland gewoond hebben en niet in het buitenland werkzaam waren) kan dit betekenen dat zij een hoger bedrag aan premie moeten betalen dan dat zij als aan AOW ontvangen terwijl ze in het geval dat ze geen AOW zouden ontvangen uit Nederland ten laste van het voomalige werkland verzekerd zouden zijn.

Al in 2001 heeft het Europese Hof van Justitie in de Sulo Rundgren uitspraak bepaald dat op het moment dat een dubbelgepensioneerde afziet van het recht op pensioen en geen pensioen meer uit het woonland ontvangt, deze persoon niet meer in het verzekeringssysteem van het woonland gedwongen kan worden. Het Hof overweegt in rechtsoverweging 50 van Rundgren het volgende: "Uit een en ander volgt, dat op de tweede vraag moet worden geantwoord, dat de woorden geen pensioen of rente verschuldigd is in artikel 28 bis van verordeningnr. 1408/71 aldus moeten worden uitgelegd, dat zij van toepassing zijn op een situatie waarin noch een op de woonplaats berustend pensioen, zoals het nationale pensioen krachtens Fins recht, noch een op de uitoefening van betaalde arbeid berustend pensioen dat is verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van de lidstaat op het grondgebied waarvan de betrokkene woont, daadwerkelijk aan hem wordt uitbetaald, zonder dat behoeft te worden onderzocht, of de betrokkene eventueel recht daarop zou kunnen hebben."

Voor Nederland houdt dit dus in dat dubbelgepensioneerden die feitelijk geen AOW meer uit Nederland ontvangen niet meer in het Nederlandse sociale systeem valllen en geen bijdragen meer hoeven te betalen. Een werknemer valt dan op grond van de Verordening weer in het systeem van het voormalige werkland. Voor een werknemer die in Duitsland heeft gewerkt zou dit betekenen dat deze en zijn familie (weer) onder het sociale systeem van Duitsland zouden vallen. In de praktijk werkt dit echter anders.

In de contacten van de Taskforce EMR met de SVB en de CVZ blijven deze instanties de mening verdedigen dat niet het daadwerkelijk ontvangen van een AOW bepalend is voor het antwoord op de vraag of iemand premie moet betalen, maar dat het feitelijke recht op AOW dat een persoon heeft een bepalende factor is of iemand binnen het sociale zekerheidssysteem van Nederland valt en dus sociale premies moet betalen. Deze opvatting is in tegenspraak hetgeen dat is bepaald bepaald in r.o. 50 in Rundgren en dus in stijd met Europees recht.

De Taskforce EMR is dan ook van mening, nu deze opvatting een schending van Europees recht inhoudt, dat een klacht bij de Europese Commissie een grote kans van slagen zou hebben. Maar door het feit dat het het om een relatief kleine groep van gepensioneerden grensarbeiders gaat die vaak, niet geheel ten onrechte, geen zin hebben in het doorlopen van een klachtprodedure, bij is dit tot nu toe nog niet gebeurd. Ook komt het voor dat de Nederlandse instanties in enkele gevallen een uitzondering maken, dit gebeurt echter niet op basis van de Rundgren uitspraak, ter voorkoming van een precedentwerking. Een structurele oplossing van het probleem is daarom zeer wenselijk en de klacht van een enkele persoon kan er toe leiden dat het probleem voor toekomstige dubbelgepensioneerde grensarbeiders tot de verleden tijd zal behoren.

De Taskforce EMR roept daarom, middels dit nieuwsbericht, gepensioneerde grensarbeiders die geconfronteerd worden met dit probleem op zich te melden zodat de Taskforce EMR namens deze persoon een klacht kan indienen bij de Europese Commissie. Zonder een concrete klager en juridsiche casus zal de Commissie een klacht namelijk niet aannemen. Tevens worden op deze manier de Nederlandse instanties gedwongen om inhoudelijk op de Rundgren uitspraak in te gaan.

Om als een "Rundgren geval" aangemerkt te kunnen worden moet de klager dus een dubbelgepensioneede persoon zijn die een hoger bedrag aan sociale premies in Nederland moet betalen dan dat deze aan AOW ontvangt en bereid is om van de onvangst van zijn/haar AOW af te zien of dit al doet. Daarbij moet het in dit geval niet gaan om een gepensioneede Duitse ambtenaar omdat deze in Duitsland in een speciaal sociaal systeem vallen (en daarom niet vergelijkbaar zijn met de situatie uit de Rundgren uitspraak). Aanvullend kan hierbij worden opgemerkt dat voor ongeveer dezelfde problematiek voor dubbelgepensioneerde Duitse ambtenaren een oplossing is gevonden. Hierover zal in een volgend news worden bericht.