
22.06.2006
Het "mini" vrij verkeer van personen
Derdelanders kunnen dankzij de nieuwe europese
richtlijn 2003/109 van 25 november 2003, onder voorwaarden, een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen verkrijgen. Deze richtlijn had op 23 januari 2006 in nationaal recht omgezet moeten worden. Hoewel Nederland, Duitsland als België deze verplichting nog niet nagekomen zijn, kunnen derdelanders aan deze richtlijn wel degelijk rechten ontlenen.
Aan de basis van de richtlijn ligt een verklaring van de Europese Raad, die tijdens een bijeenkomst in Tampere in oktober 1999 verklaarde dat de juridische status van onderdanen van derde landen meer in overeenstemming moet worden gebracht met die van de onderdanen van de lidstaten. De Raad wilde vooral de situatie van derdelanders verbeteren die legaal en langdurig in een lidstaat verblijven
Als voorwaarden voor verkrijging van het "mini" vrij verkeer van personen gelden zowel de eis van een legaal verblijf van minstens vijf jaar als het bewijs dat zij voor zichzelf en hun gezinsleden beschikken over voldoende inkomsten en een ziektekostenverzekering.
Een derdelander aan wie deze verblijfsvergunning verleend is, wordt feitelijk gelijkgesteld aan de eigen onderdanen van het land waarin hij verblijft. Te denken valt aan gelijke behandeling bij de toegang tot werk als werknemer of zelfstandige, onderwijs en beroepsopleiding, fiscale voordelen maar ook, indien nodig, sociale bijstand en bescherming.
Eveneens verkrijgt hij, onder voorwaarden, het recht zich vrij te bewegen in de gehele EU en in een ander land werk te zoeken.
Met andere woorden, Europa maakt vooruitgang, ook wanneer dit aan onze euregionale grens soms niet het geval lijkt!