home  print  newsletter
20.05.2008

Belgie stelt voorwaarden voor detachering van derdelanders bij



In het nieuwsbericht van 16.10.2007 van de Taskforce kon u lezen dat de Europese Commissie België voor het Hof van Justitie had gedaagd wegens de te vergaande voorwaarden die werden opgelegd aan werkgever die, in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening, werknemers uit derdelanden naar België willen detacheren. Onder druk van deze inbreukprocedure heeft België haar wetgeving betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers aangepast, waarmee de voorwaarden voor detachering van derdelanders nu in lijn zijn met de Europese regelgeving zoals die is vastgesteld in de de oordelen C-113/89, Rush Portuguesa en C-43/93, Vander Elst.

Een tweetal voorwaarden, die werden gesteld om als derdelander vrijgesteld te kunnen worden van de verplichting tot de verkrijging van een arbeidskaart, zijn nu geschrapt. Zo wordt allereerst niet langer de voorwaarde gesteld dat een werknemer reeds zes maanden in dienst moet zijn van de onderneming die de derdelander naar België wil detacheren voordat deze uitgezonden kan worden. Tevens is de voorwaarde dat een werknemer ná de beëindiging van de tijdelijke dienstverrichting in België, nog over een geldige verblijfsvergunnig van tenminste drie maanden moet beschikken, uit de betreffende wetgeving verwijderd. Beide voorwaarden vormden horden die de arbeidersmobiliteit richting België te zeer bemoeilijkten en in strijd waren met de regels van het vrije verkeer van diensten. Nu deze horden zijn weggenomen is het voor werkgevers die gevestigd zijn in de Europees Economische Ruimte eennvoudiger werknemers uit derdelanden nar België te detacheren.

De voorwaarden die nu aan detachering van derdelanders naar België worden gesteld zijn in overeenstemming met de voorwaarde die op grond van het Europese recht gesteld mogen worden. Dit houdt in dat een derdelander, in de periode dat deze minstens drie maanden rechtmatig in een lidstaat verblijft en tewerkgesteld is, naar België gedetacheerd mag worden om daar diensten te verrichten zonder dat daar nog verdere voorwaarden aan verbonden mogen worden. Een werkgever die een buitenlander naar België wil detacheren moet voorafgaande hiervan nog wel eerst een LIMOSA-aangifte doen. Deze houdt de digitale aangifte in van verschillende gegevens van de werkgever en de werknemer zoals de identificatiegegevens, arbeidsplaats en de duur van de detachering. Ook moet de werknemer in het bezit zijn van een detacheringsformulier E101 of E102. Dit zijn echter slechts administratieve procedures en geen voorwaarden voor de toelating van gedetacheerde derdelanders op de Belgische arbeidsmarkt.

Uit deze gang van zaken blijkt dat de proactieve houding van de Europese Commissie, met als doel om onnodige opstakels voor het vrij verrichten van diensten binnen de interne markt weg te nemen, haar vruchten afwerpt en grensoverschrijdende detachering naar België, ook binnen de EMR, eenvoudiger zal worden. Uit een recent persbericht van de Commissie blijkt dat de Commissie nog steeds veel waarde hecht aan de verbetering van de grensoverschrijdende mobiliteit van gedetacheerde werknemers zodat in de toekomst meerdere stappen ter bevordering van deze vorm van arbeidersmobiliteit verwacht kunnen worden.