
10.03.2008
Grensoverschrijdend werk voor derdelanders
De Commissie loopt het gevaar opnieuw nationale grenzen op te richten.
In een van hun laatste berichten heeft het Taskforce Grensarbeiders EMR de lezers van hun newsletter geïnformeerd over het
gevaar dat dreigt voor de grensregionen uit de geplande richtlijn voor een enkele verblijfs- en abeidsvergunning voor derdelanders. We hebben naar aanleiding van deze kwestie contact opgenomen met verschillende politici, waaronder met Emine Bozkurt, een Nederlandse afgevaardigde in het Europese Parlement, die besloten heeft een
schriftelijke vraag met betrekking tot dit onderwerp in te dienen bij de Europese Commissie. Deze vraag moet allereerst de Commissie op de contraproductieve uitwerking van de voorsgestelde richtlijn wijzen. Ten tweede moet met de vraag vastgesteld worden welke plannen de Commissie met betrekking tot de grensoverschrijdende mobiliteit van derdelanders heeft.
Het
Antwoord van de heer Fratinni, de Europese Commissaris voor justitie en binnenlandse zaken, is op beide punten verbijsterend. Met betrekking tot de vraag over de nadelige uitwerking die invoering van een enkele verblijfs- en arbeidsvergunnnig zou hebben ziet het er naar uit dat de Commissie
de werkingssfeer van Artikel 6(2) van de voorgestelde richtlijn helemaal niet doorziet . Ze neemt er genoegen mee erop te wijzen dat grensarbeides niet door deze regeling getroffen worden. De tekst van Artikel 3(b) in samenhang met Artikel 2(b) van het voorstel laat echter zien dat grensarbeiders weldegelijk binnen het persoonsgebonden toepassingsgebied van de Regeling vallen. Aansluitend verzekert de Commissie dat het voorstel geen voorwaarden voor grensoverschrijdende arbeid betreft en slechts de regels van de procedures harmoniseerd. Dat is welliswaar correct, maar de verandering van administratieve procedures heeft soms ook een ingrijpende uitwerking op de rechten van diegene die onder de procedure vallen. In het onderhavige geval zullen derdelanders, omdat de Lidstaten niet meer het recht zullen hebben om een onafhankelijke arbeidsvergunnnig af te geven (zie Artikel 6(2) van het voorstel), alleen nog in het land kunnen werken waarin ze ook wonen.
Met het oog op de grensoverschrijdende mobiliteit van burgers van derdelanden dringt de indruk zich op dat de plannen van de Commissie niet kleiner zouden kunnen zijn. De aangesproken commisaris is er schijnbaar al tevreden mee dat de Richtlijn CE 2003/109 (welke oorspronkelijk het doel had om, op het gebied van Gemeenschapsrecht de rechten van derdelanders, die sinds lange tijd in in een lidstaat van de Unie wonen, gelijk aan die van de burgers van de Unie te stellen) grensoverschrijdende arbeid van derdelanders "niet verbiedt". Hierna herinnert hij eraan dat de lidstaten de bevoegdheid behouden om de eisen voor grensoverschrijdende arbeid vast te stellen. Afsluitend voegt hij eraan toe dat de Commissie geen plannen op dit gebied heeft.
In het jaar 2006
verbleven 147.515 derdelanders rechtmatig in deEuregio Maas- Rijn. Voor al deze personen is de arbeidsmarkt, waartoe zij feitelijk toegang hebben ongeveer 2/3 kleiner als voor diegene voor wie hun Europese buurlanden open staan. Het is echt heel vervelend voor de grensregio´s, en hun bewoners, dat deze onderdelen binnen de interne markt niet in grotere mate de aandacht van de Commissie weten te wekken.