home  print  newsletter
28.01.2007

Voorstel nieuwe richtlijn gevaarlijk voor grensgebieden



Het voorstel voor een nieuwe richtlijn van de Raad is erop gericht om een eenvoudige aanvraagprocedure in te voeren ter verlening van een vergunning die derdelanders in staat stellen om binnen het grondgebied van een Eu-lidstaat te wonen en te werken. Tevens wordt zo voor werknemers uit derdelanden, die rechtmatig in een lidstaat verblijven, een gemeenschappelijk fundament van rechten tot stand gebracht (COM (2007) 638, 23 oktober 2007). Hoewel het voorstel in meerdere opzichten opmerkelijk is, leidt het vooral tot een afwijkende situatie in de grensregio´s. Deze maakt grensoverschrijdende werkzaamheden voor derdelanders op grond van het persoonsgebonden toepassingsgebiedgebied van de richtlijn onmogelijk.

Artikel 6(2) van het voorstel verbiedt de lidstaten namelijk om zelfstandig arbeidsvergunningen te verlenen. Deze vergunning moet namelijk stelselmatig aan de verblijfsvergunning gebonden zijn om de toelating en de controle van derdelanders te vergemakkelijken.

De gevolgen van een dergelijke beperking zijn vooral voor de grensregio´s vervelend. Derdelanders, die onder deze regeling vallen, kunnen nergens in Europa meer als grensarbeider werken. Tegenwoordig kunnen derdelanders bijvoorbeeld in de Euregio Maas-Rijn in België of Nederland, met behoud van hun woonplaats, aan de andere kant van de grens werken. Deze mogelijkheid wordt hun echter afgenomen wanneer het bovengenoemde voorstel wordt aangenomen en een werkvergunnig alleen nog maar kan worden verleend aan personen die beschkikken over een verblijfsvergunnig van het land waarin ze werkzaam zijn.

Dit is in de eerste plaats nadelig voor de betroffen personen. Deze worden ruimtelijk zeer beperkt in hun mogelijkheden om werk te zoeken. Ten tweede is het nadelig voor de sociale instanties van de lidstaten die gedwongen worden om werkloosheidsuitkeringen en sociale zorg aan personen te geven die, zonder degelijke administratieve hindernissen, werk aan de andere kant van de grens zouden kunnen vinden. Zo heeft bijvoorbeeld in de Euregio Maas- Rijn het zuidelijke deel van de provincie Limburg te kampen met een groeiend arbeidstekort, terwijl de aangrenzende provincies steeds grotere werkoosheidscijfers laten zien. Het is noodzakelijk dat er meer flexibiliteit op het gebied van arbeidsvergunningen onstaat om zo de ontwikkeling van een harmonische arbeidsmarkt mogelijk te maken.

Grensoverschrijdend werk van inwoners uit derdelanden is een voor beide kanten winstgevende maatregel. Voor het land van de grensarbeider, die heeft een werkloze minder, en voor het land waar deze werkzaam is, die kan van een geschikte arbeidskracht profiteren, zonder gevaar te lopen dat deze het sociale stelsel zal belasten. In het geval dat de werknemer zijn baan verliest valt deze weer onder het sociale stelsel van het land waar hij woont. Hij zal dus nooit kosten veroorzaken waarvoor de sociale instellingen van het werkland moeten opdraaien. (Artikel 71 Verordening CE 1408/71).

De Raad heeft heeft het voorstel van de richtlijn op 26 oktober 2007 ontvangen en heeft op 5 december 2007 voor het eerst over dit onderwerp vergaderd. De Raad zal zich, nadat de inzichten van het Europese Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio´s zijn ingewonnen, hierover moeten uitlaten. Taskforce EMR heeft zowel deze instanties als de vertegenwoordigers van België, Duitsland en Nederland in de organen van de Europese Gemeenschap gewaarschuwd voor de negatieve gevolgen van het voorstel. In het bijzonder hebben we een herziening van Artikel 6(2) voorgesteld : "De Lidstaten verstrekken alleen zelfstandig arbeidsvergunningen aan derdelanders die, in de zin van Artikel 1 Verordening CE 1408/71 als grensarbeider willen werken".

De bal ligt nu bij de Raad, deze moet nu beslissen of ze onze herziening wil overnemen of afwijst.