
19.12.2007
Opcentiemen
De TaskForce dient een klacht in tegen België bij de Europese Commissie
Meneer P. woont in Duitsland en werkt in België. Hij betaalt inkomstenbelasting in België, overeenkomstig het Duits - Belgische Belastingverdrag. Hij hoeft -als niet-inwoner- geen gemeentebelasting te betalen. Desondanks is hij toch verplicht zogenoemde opcentiemen te betalen. Deze worden geheven door het aan inkomstenbelasting te betalen bedrag met 6,7% te verhogen. De opcentiemen zijn ingesteld om te compenseren dat grensarbeiders geen gemeentebelasting betalen, terwijl hun in België wonende collega's hiertoe wel verplicht zijn.
Opcentiemen komen ten bate van de federale staat en worden enkel geheven over het inkomen van niet-rijksinwoners (
zie art. 245 Wet Inkomstenbelasting 1992). Aangezien niet-rijksinwoners voornamelijk van buitenlandse origine zijn, heeft deze handelswijze indirecte discriminatie op grond van nationaliteit tot gevolg; hetgeen zodoende een schending van artikel 12 en 39 van het EG Verdrag oplevert (zie het arrest van het Europese Hof van Justitie (HvJ) in de zaak
Schumacker, C-279/93).
Volgens vaste rechtspraak van het HvJ is discriminatie binnen de werkingssfeer van het EG-Verdrag slechts toegestaan wanneer een legitiem doel van algemeen belang nagestreeft wordt en de discriminatie evenredig is aan dit te bereiken doel. Vooralsnog heeft de TaskForce echter geen rechtvaardiging kunnen ontdekken voor het heffen van een belasting die puur en alleen voor niet-rijksinwoners geldt.
Volgens de auditeur generaal van het Belgische Ministerie van Financiën zijn de opcentiemen ingesteld om elke ongelijke behandeling te vermijden tussen rijksinwoners, die gewoonlijk aan een aanvullende gemeentebelasting zijn onderworpen, en niet-rijksinwoners. Het HvJ heeft meerdere malen bepaald dat rijksinwoners en niet-rijksinwoners zich in verschillende situaties bevinden (zie bijvoorbeeld het eerdergenoemde Schumacker arrest). Dit is i.c. nog duidelijker, waar het gemeentebelastingen betreft, die direct geliëerd zijn aan de woonplaats.
In het gemeenschapsrecht leidt de gelijke behandeling van twee objectief verschillende gevallen even zeer tot discriminatie in de zin van artikel 12 EG-Verdrag als de ongelijke behandeling van twee identieke gevallen (zie bijvoorbeeld het arrest van het HvJ in de zaak
Royal Bank of Scotland, C-311/97).
De TaskForce Grensarbeiders EMR is daarom van mening dat artikel 245 WIB 1992 een ongerechtvaardigde inbreuk pleegt op artikel 12 en 39 van het EG-Verdrag en heeft dienaangaande een klacht ingediend bij de Europese Commissie. De Commissie zal vervolgens, indien zij daartoe besluit, een infractieprocedure tegen België starten.