
28.08.2007
Geen ouderschapsuitkering voor grensarbeiders die een "mini-job" in Duitsland hebben
Het arrest van 18 juli j.l. van het Europese Hof van Justitie in de zaak
Wendy Geven tegen het Land Nordrhein-Westfalen is met grote teleurstelling door vertegenwoordigers van grensarbeiders ontvangen.
Het besluit van het Hof om de vordering van verzoekster af te wijzen, kwam vooral ook onverwacht omdat advocaat-generaal Geelhoed in zijn conclusie een voor mevrouw Geven gunstige uitkomst bepleit had. De advocaat-generaal argumenteerde dat artikel 7, lid 2 van verordening (EEG) nr. 1612/68 niet verhindert dat Duitsland voor het recht op ouderschapsuitkering (vroeger het zo genoemde Erziehungsgeld, nu Elterngeld genoemd) als voorwaarde stelt dat de uitkeringsgerechtigde in Duitsland woont of verblijft. Hij bepaalde echter wel dat het vereiste van een meer dan gering dienstverband in Duitsland, geen verband houdt met de doelstellingen waarvoor ouderschapsuitkering wordt toegekend en dus als voorwaarde niet passend is. Volgens Geelhoed brengt dit vereiste een onderscheid aan tussen in Duitsland werkzame grensarbeiders. De regeling vormt, naar zijn mening, een indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, die niet objectief kan worden gerechtvaardigd en die in strijd is met artikel 39 van het EG Verdrag.
Het Hof volgde echter een geheel andere redenering en bepaalde dat "wanneer een niet-ingezeten werknemer in de betrokken lidstaat niet een beroepswerkzaamheid van voldoende gewicht uitoefent, dit een geoorloofde reden kan zijn hem de toekenning van het recht op ouderschapsuitkering te weigeren".Volgens het Hof vormde de bijdrage die mevrouw Geven met haar geringe dienstverband (tussen de drie en veertien uur per week) aan de Duitse arbeidsmarkt leverde, geen voldoende nauwe band met de Duitse samenleving. Zij werd daarom terecht uitgesloten van het recht op ouderschapsuitkering. Een ouderschapsuitkering wordt aldus enkel uitgekeerd aan personen die meer dan 15 uur per week in Duitsland werken.
Toch is niet elke hoop op verbetering voor grensarbeiders verloren gegaan! Het arrest van het Hof in de zaak Bosman (
C-352/06) wordt met spanning afgewacht. In deze zaak wordt het Hof gevraagd zich uit te spreken over de vraag of artikel 13 lid 2 sub a van Europese verordening nr. 1408/71 zich verzet tegen de uitkering van gezinstoeslagen aan een alleenstaande moeder door haar woonland ofschoon zij aan de andere kant van de grens werkt.