home  print  newsletter
01.08.2007

De EMR als proeftuin voor het Europese recht op vrij verkeer van onderdanen van derde landen ?

Volgens de huidige Europese regelgeving (Europese richtlijn nr. 2003/109 van 25 november 2003) zijn Lidstaten verplicht personen aan wie zij de status van "langdurig ingezetene" toegekend hebben gelijk te behandelen met hun eigen onderdanen. Langdurig ingezetenen verkrijgen - onder meer - hetzelfde recht op werk als werknemer of zelfstandige, mits dit werk niet impliceert dat wordt deelgenomen aan de uitoefening van het openbaar gezag. Dit betekent echter niet dat de EU-staten verplicht zijn hun arbeidsmarkt open te stellen voor derde landers die van andere lidstaten de status van langdurig ingezetene verkregen hebben. De Lidstaten blijven bevoegd uit arbeidsmarktoverwegingen restricties op te leggen (artikel 14 lid 3 van de richtlijn).

Wat grensarbeid betreft, zijn lidstaten vrij om in hun nationale wetgeving specifieke voorwaarden vast te stellen waaronder langdurig ingezetenen op hun grondgebied mogen werken (artikel 14 lid 5 van de richtlijn).

Momenteel kent Nederland de laagste werkloosheid in de EU: een geschikt tijdstip om in de Euregio Maas-Rijn (EMR) te experimenteren met het faciliteren van grensarbeid, ongeacht de nationaliteit van de betrokken werknemers. De TaskForce pleit daarom voor de adoptie van een bijzondere overeenkomst die mogelijk maakt dat derde landers, die over een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen beschikken, zonder werkvergunning in de EMR als grensarbeider kunnen werken. Deze bijzondere overeenkomst heeft tevens betrekking op onderdanen van de zogenoemde "nieuwe" EU lidstaten die legaal op het grondgebied van één van de landen van de EMR verblijven. De TaskForce zal de Overeenkomst aan de bevoegde autoriteiten aanbieden.