
31.05.2007
Toekenning van fiscale afrekposten aan grensarbeiders
België had beter zijn best kunnen doen
Grensarbeiders die in België werken, hebben - ongeacht in welk land zij wonen - slechts beperkt recht op fiscale aftrekposten en belastingverminderingen. Dergelijke beperkingen lijken moeilijk verenigbaar met het beginsel van vrij verkeer van werknemers. Het Europese Hof van Justitie heeft in haar arresten
Schumacker en
Ritter-Coulais bepaald dat dit beginsel inderdaad verhindert dat een lidstaat niet-ingezeten werknemers die binnenlands belastingplichtig zijn minder gunstig behandeld ten op zichte van werknemers die wel in die lidstaat wonen. Met het oog op deze eis heeft de Europese Commissie België gesommeerd haar belastingwetgeving aan te passen.
De Commissie heeft voornamelijk gewezen op het feit dat een persoon die in het buitenland woont en in België werkt niet kan genieten van de bijkomende interestaftrek voor nieuwbouw en vernieuwbouw in zijn woonland.
Op het gebied van de belastingverminderingen, heeft de Commissie onderstreept dat een persoon die in het buitenland woont en in België werkt, geconfronteerd wordt met de volgende beperkingen:
- belastingverminderingen voor betaalde premies van een individueel levensverzekeringscontract waren enkel mogelijk indien deze premies definitief in België betaald waren;
- kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening kwamen alleen voor belastingvermindering in aanmerking indien de lening was aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van een in België gelegen woning;
- belastingvermindering voor betalingen voor pensioensparen werd enkel toegekend aan personen die bij het openen van een collectieve of individuele spaarrekening of bij het sluiten van een spaarverzekering inwoner van België waren.
Inmiddels is de uitbreiding van bovengenoemde fiscale aftrekposten en belastingverminderingen tot de gehele Europese Economische Ruimte in twee etappes door de Belgische wetgever gerealiseerd : door de
Wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (gepubliceerd in het Staatsblad op 28-12-2006) en vervolgens door de
Wet van 25 april 2007 tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (gepubliceerd in het Staatsblad op 10-05-2007).
De hierboven opgesomde beperkingen zijn met deze wetswijzigingen aldus naar het verleden verwezen. Toch valt alsnog de volharding van enkele territoriale begrenzingen op het vlak van fiscale aftrekposten te betreuren. Deze werden, ondanks het feit dat zij zeer zeker wel discriminatoir lijken te zijn, niet genoemd in de aanmaning van de Europese Commissie. Nu nog steeds kan een grensarbeider die in België werkt niet profiteren van de volgende aftrekposten:
- met betrekking tot uitgaven voor kinderopvang voor een kind dat buiten België opgevangen wordt;
- met betrekking tot onderhoudsuitkeringen (alimentatie) of een kapitaal ter vervanging daarvan. De uitkeringen of kapitalen moeten worden betaald ter uitvoering van een verplichting, voortvloeiend uit specifieke artikelen van het Burgerlijk Wetboek of van het Gerechtelijk Wetboek, limitatief opgesomd in artikel 104 lid 1 van de Wet Inkomstenbelasting 1992;
- met betrekking tot bezoldigingen van een huisbediende. Deze zijn aftrekbaar onder voorwaarde dat de belastingplichtige zich bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid als werkgever van huispersoneel ingeschreven heeft (artikel 112 WIB 1992). Deze inschrijving is enkel mogelijk wanneer de werkgever over een adres in België beschikt.
De TaskForce Grensarbeiders EMR gaat proberen om bij
SOLVIT een klacht in te dienen teneinde België aan te sporen deze belemmeringen aan grensoverschrijdende arbeid af te schaffen.