home  print  newsletter
25.04.2007

Nederland: Onderhandelingen belastingverdragen

Nederland is momenteel o.a. met Duitsland in onderhandeling over het Verdrag tot vermijding van dubbele belasting (Belastingverdrag). Bij de onderhandelingen wil het Nederlandse Ministerie van Financiën rekening houden met problemen die belanghebbenden ondervinden. Zij worden in een nieuwsbericht opgeroepen om van belang zijnde internationale fiscale aangelegenheden onder de aandacht te brengen van de directie Internationale Fiscale Zaken. Hetzelfde geldt voor internationale fiscale kwesties in relatie met landen, zoals België, waarmee Nederland momenteel geen geplande onderhandelingen voert. De aangebrachte problemen kunnen een rol spelen bij de samenstelling van het onderhandelingsprogramma voor de komende jaren.

De TaskForce Grensarbeiders EMR heeft deze gelegenheid aangegrepen om het Ministerie te informeren over de nijpendste problemen in de Euregio Maas-Rijn. Hieronder volgt een korte schets van de kwesties die wij aangekaart hebben:

In relatie tot Duitsland stelt de TaskForce Grensarbeiders EMR de introductie van een stelsel van "bevoorrechte niet-rijksinwoners" in het Belastingverdrag voor (met als voorbeeld het Nederlands - Belgische Belastingverdrag). Een dergelijk stelsel heeft als voordeel dat de grensarbeider de keuze heeft tussen onbeperkte of beperkte belasting van zijn inkomen in zijn werkland, zonder dat daarvoor noodzakelijk is dat zijn inkomsten die hij (of zijn partner) in zijn woonland verkrijgt onder een bepaald niveau dienen te blijven. Als alternatief pleit de TaskForce voor een verhoging van het maximaal toegestane buitenlandse inkomen om nog als binnenlands belastingplichtige (unbeschränkt Steuerpflichtige) in aanmerking te komen in het Duitse belastingrecht. Dit maximum is tamelijk lang geleden vastgesteld op € 6.136,- per jaar op basis van de toen geldende kosten voor levensonderhoud. Deze liggen echter inmiddels op € 7.664,- per jaar.

Verder hebben wij het Ministerie bericht over het akkoord dat tussen België en Duitsland gesloten is met betrekking tot de belastingheffing over ontslagvergoedingen. In de mobiliteitsrichting Duitsland - Nederland worden ontslagvergoedingen namelijk ofwel dubbel of niet belast vanwege een verschil in kwalificatie van de onslagvergoedingen. Duitsland en België hebben dit probleem inmiddels opgelost door in een akkoord ontslagvergoedingen te kwalificeren als "inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid", waardoor deze steeds in het (voormalige) werkland belast dienen te worden. Hoewel een dergelijk akkoord tussen Nederland en Duitsland eveneens mogelijk is, zou een uitdrukkelijke regeling van deze kwestie in het nieuwe Belastingverdrag een bevredigendere oplossing voor betrokkenen opleveren.

Een ander, reeds lang op de agenda staand probleem betreft de belastingheffing bij chauffeurs in het internationale transportverkeer. Voor hen zou in het Belastingverdrag een gelijksoortige uitzondering gemaakt moeten worden als voor scheeps- en luchtvaartpersoneel, zodat zij niet langer geconfronteerd worden met belastingheffing in zowel hun woonland als in hun werkland. Het inkomen van scheeps- en luchtvaartpersoneel wordt namelijk enkel belast in het land waar zich de leiding van de onderneming bevindt. De TaskForce Grensarbeiders EMR stelt voor deze regeling zowel in het Nederlands - Duitse als in het Nederlands - Belgische Belastingverdrag te wijzigen.

Tevens heeft de TaskForce Grensarbeiders EMR het Ministerie gewezen op het feit dat onderwijzend personeel dat als grensarbeider in de Euregio Maas-Rijn werkt, op grond van het Nederlands - Duitse en het Nederlands - Belgische Belastingverdrag, de eerste twee jaar van hun indiensttreding belast wordt in hun woonland. Dit in tegenstelling tot het algemeen geldende beginsel dat het inkomen van werknemers in hun werkland belast wordt. In de praktijk wordt dit probleem omzeild door het arbeidscontract van de betrokken leraar aan te passen. Het strekt echter tot aanbeveling om de in de Euregio Maas-Rijn geldende Belastingverdragen dienaangaande te wijzigen.

Tenslotte hebben wij de territoriale begrenzing van enkele fiscale aftrekposten in het Belgische belastingrecht aangekaart. Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten: kosten voor kinderopvang van een kind dat buiten België opgevangen wordt, onderhoudsuitkeringen (alimentatie) of een kapitaal ter vervanging daarvan, die betaald worden ter uitvoering van een niet-Belgische gerechtelijke beslissing en bezoldigingen van een huisbediende buiten België. Hoewel grensarbeiders die in Nederland wonen en in België belast worden hierdoor geen direct nadeel ondervinden (zij ontvangen immers een compensatie van de Nederlandse overheid), blijkt uit verschillende arresten van het Europese Hof van Justitie echter dat dergelijke territoriale begrenzingen niet geheel in overeenstemming zijn met de beginsels van vrij verkeer van werknemers en non-discriminatie.

De TaskForce Grensarbeiders EMR is van mening dat wijzigingen van de Belastingverdragen in bovengenoemde gevallen zal leiden tot een extra stimulans van de grensoverschrijdende arbeid in de Euregio Maas-Rijn en ten gunste zal komen van haar economische en culturele ontwikkeling.