
28.02.2007
Recent arrest van het Europese Hof van Justitie met betrekking tot arbeidsbemiddeling naar het buitenland
De Duitse Bundesagentur für Arbeit dient een particulier arbeidsbemiddelingsbureau een vergoeding te betalen, wanneer de door deze bemiddelaar gevonden betrekking zich in een andere EU lidstaat bevindt. Tot voor kort werden echter de diensten van een particulier arbeidsbemiddelingsbureau slechts dan door middel van een arbeidsbemiddelingsvoucher (Vermittlungsschein) vergoed indien de baan waarvoor dit bureau heeft gezorgd, in Duitsland onder de sociale verzekeringsplicht valt.
Het Hof in Luxemburg bepaalde in haar
arrest van 11 januari 2007 (C-208/05) dat dit een duidelijke schending van het vrije verkeer van werknemers en van diensten is. De Duitse bondsregering rechtvaardigde het beleid door te argumenteren dat een dergelijk systeem een nieuw instrument van het nationale arbeidsmarktbeleid is, dat erop gericht is om de arbeidsbemiddeling te bevorderen en de werkloosheid te verlagen. Bovendien zou het systeem bedoeld zijn ter bescherming van de nationale sociale zekerheid, wat slechts kan worden gegarandeerd dankzij bijdragenbetaling op nationaal vlak, terwijl tewerkstelling van werkzoekenden in andere lidstaten tot bijdrageverlies zou leiden.
Het Europese Hof van Justitie wierp echter tegen dat: "Het bestaan van een oorzakelijk verband tussen het verlies van sociale bijdragen in Duitsland en het vinden van een baan voor een werkzoekende in een andere lidstaat […] immers niet [is]aangetoond. Daarenboven is de werkloosheid in Duitsland hoog, zodat niet voor de hand ligt dat een vacature in deze staat open blijft omdat voor een werkzoekende een baan is gevonden in een andere lidstaat".
Tevens herinnert het Hof eraan "dat de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van personen in hun geheel beogen het de gemeenschapsonderdanen gemakkelijker te maken, op het grondgebied van de Gemeenschap om het even welk beroep uit te oefenen, en in de weg staan aan regelingen die deze onderdanen zouden kunnen benadelen wanneer zij op het grondgebied van een andere lidstaat een economische activiteit willen verrichten".
Het is verwonderlijk dat lidstaten na vijftig jaar Europese integratie nog steeds nationale wetten en regelingen uitvaardigen, die de grondbeginselen van de Europese Unie zo evident schenden.