
28.02.2007
Voorwaarden Nederlandse BPM vrijstelling voor in het buitenland gevestigde zelfstandigen verruimd!
Inwoners van Nederland dienen hun auto met buitenlands kenteken in Nederland te registreren en Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen (
BPM) te betalen. BPM wordt betaald voor de inschrijving van de auto in het Nederlandse kentekenregister. Zolang de BPM niet is betaald, mag geen gebruik gemaakt worden van de openbare weg in Nederland. Aangezien bedrijfswagens eigendom van de onderneming zijn, kunnen ze niet in een ander land dan het land van vestiging van die onderneming geregistreerd worden. Om deze reden kunnen inwoners van Nederland die voor een buitenlandse onderneming werken en hun auto van de zaak met buitenlands kenteken in Nederland voor privé-doeleinden willen gebruiken bij de Nederlandse douane een vrijstelling aanvragen.
Voor werknemers van een bedrijf in Duitsland of België is er geen enkel probleem. Hun auto van de zaak blijft in Duitsland (resp. België) geregistreerd en zij kunnen met hun auto onbeperkt gebruik maken van de Nederlandse openbare weg. Wanneer de grensarbeider echter hoofd van een buitenlands eenmansbedrijf, lid van een buitenlandse maatschap of bestuurder, vennoot of aandeelhouder van een in het buitenland gevestigde vennootschap (v.o.f., n.v., b.v.) is, kon hij tot voor kort enkel een vrijstellingsvergunning krijgen voor het overbruggen van de kortste afstand tussen zijn woonplaats in Nederland en zijn werkplaats in het buitenland. In Nederland was verder privé- en zakelijk gebruik niet toegestaan. Bovendien werd de vrijstelling slechts ten behoeve van één persoon verleend. Bijvoorbeeld in geval van een echtpaar dat in Nederland woont en in Aken zelfstandige activiteiten uitoefent, kon de vrijstelling enkel voor de man of voor de vrouw gelden. De andere partner mocht dien ten gevolge de auto niet in Nederland besturen.
De Europese Commissie heeft in juli 2005, onder referentienummer IP/05/863, een infractieprocedure gestart tegen Nederland wegens mogelijke strijd met Europees recht. De vrijstellingsvergunning vormde namelijk een belemmering van het vrije verkeer van personen en, meer in het bijzonder, het vrije verkeer van zelfstandigen (artikel 43 van het EG-Verdrag). De belemmering bestond hierin dat een inwoner van Nederland werd benadeeld doordat hij niet onbeperkt gebruik kon maken van een door zijn, in een andere lidstaat gevestigde, onderneming beschikbaar gestelde auto. Dit had tot gevolg dat hij met zijn bedrijfsauto geen goederen af kon leveren in Nederland, zonder hoge kosten te betalen (namelijk BPM), en dus niet in Nederland zijn diensten aan kon bieden. Artikelen 39 (vrijheid van verkeer van werknemers) en 43 (vrijheid van vestiging) verlenen bovendien dezelfde rechtsbescherming. Daarom is het in beginsel niet gerechtvaardigd dat aan zelfstandigen een vrijstelling van BPM werd verleend onder verdergaande voorwaarden dan wanneer aan werknemers een dergelijke vrijstelling werd verleend. Deze maatregel was niet nodig ter bescherming van de openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid en kon evenmin gerechtvaardigd worden door andere dwingende redenen van algemeen belang. (zie ook een
uitspraak van de rechtbank te Arnhem van 2 februari 2007 LJN: AZ8017).
De TaskForce Grensarbeiders EMR heeft in juni 2006
SOLVIT ingeschakeld teneinde dit obstakel aan de totstandkoming van de Europese interne markt te bestrijden. De lobby van o.a. de Duitse en Nederlandse SOLVIT teams heeft inmiddels zijn vruchten afgeworpen. De TaskForce heeft vernomen dat het Nederlandse Ministerie van Financiën inmiddels de Wet BPM in het licht van Europeesrechtelijke verplichtingen aangepast heeft. In het Besluit van 19 december 2006 tot wijziging van enige fiscale Uitvoeringsbesluiten heeft Nederland de vrijstelling voor zelfstandigen meer in lijn gebracht met de vrijstelling voor werknemers (zie
Staatsblad 2006, 684). Zelfstandigen kunnen vanaf maart 2007 een vrijstelling krijgen, indien het voertuig voor ten minste 50% zakelijk in het buitenland wordt gebruikt. Het woon-werkverkeer blijft daarbij geheel buiten beschouwing, omdat anders de vrijstelling zou afhangen van de per individu verschillende afstand tussen woning en werkplaats. Voor zelfstandigen wordt daarbij wel de eis gesteld, dat de mate van zakelijk gebruik buiten Nederland kan worden aangetoond met een kilometerregistratie. Bovendien geldt de vrijstelling ook voor inwonende gezinsleden.
Overigens wordt in hetzelfde Besluit geregeld dat personen die een in het buitenland geregistreerd voertuig slechts kortstondig in Nederland willen gebruiken
online een vrijstelling kunnen aanvragen.