home  print  newsletter
28.02.2007

Belastingheffing over ontslagvergoedingen Duitsland en België herstellen de rechtszekerheid

Sinds de introductie van het werklandprincipe in het Belastingverdrag tussen België en Duitsland (dat bepaalt dat het werkland belastingsbevoegd is bij inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid) worden ontslagvergoedingen van inwoners van Duitsland die in België werken zowel in hun werkland als ook in hun woonland belast. Daarentegen worden de ontslagvergoedingen van grensarbeiders die in België wonen en in Duitsland werken in geen van beide landen belast.

Deze tekortkoming in de belastingcoördinatie is verbonden met de vraag naar de kwalificatie van de ontslagvergoeding in het Belgisch - Duitse Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting. In België worden ontslagvergoedingen gezien als "inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid". Dit heeft tot gevolg dat het (voormalige) werkland het recht op belastingheffing toekomt.

Duitse autoriteiten gingen er echter van uit dat het ontslag van een werknemer tot gevolg heeft dat deze geen concrete werkzaamheden meer uitvoert. De ontslagvergoeding wordt uitbetaald ter compensatie van de nadelen die het ontslag met zich meebrengt en kan niet gedefinieerd worden als "binnenlandse inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid". Het woonland is, volgens deze redenatie, bevoegd belasting te heffen (zie de uitspraak van het Bundesfinanzhof van 10.07.1996, IR 83/95).

Een dergelijke interpretatie leidt voor de grensarbeider tevens tot het grote nadeel dat zijn inkomsten uit zijn woonland stijgen. Zodoende loopt hij het risico boven de maximumgrens van toegelaten buitenlandse inkomsten uit te komen. De persoonlijke en gezinssituatie van de grensarbeider wordt namelijk slechts in aanmerking genomen bij de belastingheffing indien zijn totale inkomsten voor meer dan 90% uit Duitsland afkomstig zijn (of indien zijn buitenlandse inkomsten niet meer bedragen dan € 6.136,- per jaar). In geval van België geldt dat zijn totale inkomsten voor meer dan 75 % uit België afkomstig dienen te zijn. De grensarbeider loopt aldus het risico dat hij de belastingverminderingen en kortingen die hem, in het jaar van zijn ontslag, op grond van zijn persoonlijke en gezinssituatie toegekend waren terug moet betalen.

Na protesten van o.a. vakbonden en de TaskForce grensarbeiders EMR hebben België en Duitsland in onderling overleg een akkoord gesloten op 15 december 2006 (de Nederlandse versie is nog in vertaling). Hierin wordt bepaald dat de bevoegdheid om belasting te heffen over ontslagvergoedingen in beginsel aan het werkland toekomt. Dit is goed nieuws voor de grensarbeiders die tussen België en Duitsland pendelen, maar eveneens voor hun collega's die tussen Nederland en Duitsland actief zijn. Zij hebben tot op heden nog te maken met de hierboven beschreven problematiek: Duitse grensarbeiders die in Nederland werken, worden dubbel belast terwijl in de omgekeerde richting Nederlandse grensarbeiders niet belast worden. Hopelijk kunnen Nederland en Duitsland eveneens een gelijkaardig akkoord bereiken, zodat deze onrechtvaardige situatie opgelost wordt.