
31.10.2006
De oplossing voor de zorgverzekeringsproblematiek van "dubbelgepensioneerden"
Door de invoering van de nederlandse zorgverzekeringswet op 1 januari 2006 zagen vele, in Nederland woonachtige, gepensioneerden zich verplicht zich bij een nederlandse zorgverzekering in te schrijven. In sommige gevallen dienden zij tevens een andere arts te zoeken. Het nieuwe zorgstelsel verplicht namelijk alle inwoners zich te verzekeren, behalve wanneer zij op grond van de europese verordening nr. 1408/71 ten laste van een andere EU-lidstaat recht hebben op medische zorg in Nederland. Dit heeft tot gevolg dat iedere inwoner die een nederlands pensioen ontvangt verplicht verzekerd is in Nederland.
Alle inwoners van Nederland die ouder zijn dan 65 jaar ontvangen AOW. Dit betekent voor enkele grenspendelaars dat zij niet enkel een nederlands pensioen genieten, zonder dat zij hiervoor actief verzekeringstijden opgebouwd hebben, maar tevens dat zij verplicht verzekerd zijn tegen ziektekosten.
Vooral voor zogenaamde "a-typsiche" grensarbeiders is deze situatie bijzonder problematisch. Zij wonen in Nederland maar de rest van hun sociale en economische leven speelt zich voornamelijk af in hun herkomstland. Voor diegenen die oorspronkelijk uit Duitsland komen, heeft de nieuwe Zorgverzekeringswet tot gevolg dat zij de reeds lange tijd bestaande vertrouwensband met hun arts moeten verbreken en op 65-jarige leeftijd (of zelfs ouder) een nieuwe arts moeten zoeken. Zij worden geconfronteerd met een nieuw systeem en een taal die velen van hen niet (voldoende) machtig zijn.
Dankzij een vraag die euro-parlementariërs Ria Oomen-Ruijten en Markus Pieper aan de europese Commissie gesteld hebben, heeft commissaris Špidla de situatie van een deel van de grensarbeiders opgehelderd. Hij stelt dat gepensioneerde duitse ambtenaren die in Nederland wonen verzekerd blijven in Duitsland (schriftelijke vraag E-3602/06 en antwoord van 15 september 2006).
Maar dat is nog niets alles: uit het arrest Sulo Rundgren van het Europese Hof van Justitie blijkt dat rechthebbenden op een AOW de mogelijkheid hebben afstand te doen van hun recht op AOW-uitkering (C-389/99). Wanneer dit pensioen niet daadwerkelijk uitbetaald wordt, blijft op hun, volgens de coördinatie regels van de europese verordening nr. 1408/71, de wettelijke regeling van hun voormalige werkland van toepassing. Voor personen die een duits pensioen ontvangen, betekent dit dat zij hun duitse zorgpas terugkrijgen en dus ook het recht om hun vertrouwde arts te bezoeken.
Deze interpretatie van het arrest
Sulo Rundgren wordt echter op het moment niet geaccepteerd door de nederlandse autoriteiten. Zo stelt de SVB zich nog steeds op het standpunt dat het afzien van uitbetaling van de AOW geen effect heeft op de bevoegdheid voor de zorgverzekering.